Groots

De clichés van Amerika, wie kent ze niet? Maar wat is er waar van wat men zegt over de consumptiegerichte maatschappij? De vette, luie, dikke Amerikanen en de rijke stinkerds die er zouden moeten huizen? Zijn deze clichés ondanks de crisis nog in tact of inmiddels alweer aan verandering onderhevig? Ik besluit het zelf te ervaren in één dag.
Eén van de eerste dingen die ik doe hier is boodschappen doen. Ik hoef niet lang te zoeken en ik vind ze: de grote giga-supermarkt ketens. Ik verdwaal al snel. Ik vraag aan een medewerker “Rice, I am looking for rice”. Ze antwoordt in het Amerikaans: “Ga rechtdoor. Neem bij de melk een afslag naar links. Loop 50 meter verder. Wacht bij het stopbord. Kijk uit voor overstekende consumenten. Steek dan de weg over. Ga rechtdoor langs de pizza-afdeling. Sla 10 meter verder linksaf. Ga verder langs de schappen met 300 soorten saus. Aan de rechterkant vind je de pakken rijst. Good Luck”. Ik weet genoeg; ik moet hier een supermarkt-tom tom aanschaffen.
Aan de andere kant van de gigantische ruimte zie ik producten die kilometers hoog zijn opgestapeld. Een gezin staart me aan, het lijkt alsof ze hier al de hele dag vertoeven. Hier lopen mensen met hun winkelwagentje rond, maar ik kan me ook voorstellen dat dit een mooi gratis alternatief kan zijn voor een duur dagje dierentuin bijvoorbeeld. In tijden van crisis wellicht een noodoplossing. “Kijk daar, daar heb je de grote koelkasten met 500 andere soortgenoten en kijk Johnny, daar heb je de wasmachine, met zijn 150 famillieleden. Je kan ze aanraken, ze bijten niet”, roept paps. Johnny aait de wasmachine en vraagt met een chagrijnig gezicht: “Daddy, wanneer gaan we naar huis?”, “Aan het einde van de dag, Johnny, dat heb je nou al vijf keer gevraagd”. Johny valt huilend neer.
Na mijn supermarkt-avontuur ga ik verder de stad in. Per ongeluk blijf ik zitten in de bus en kom uit in Downtown LA. Downtown LA: het Occupy-kamp op de Dam is er niets bij. Dit is Occupy in het tiendubbele kwadraat. Dat wil zeggen dat geld hier nog minder een rolt speelt, om niet te zeggen dat geld hier helemaal niet rolt. Met andere woorden; hier leven mensen in tenten en op crack. Zeker 10 straten lang zie je verslaafde mens-wezens, dakloos levend en binnen afzienbare tijd gewoon dood; ‘vermoord’ door een overdosis of door de honger. Een soort hel op aarde, waarbij de enige hoop is getypcast te worden als randfiguur liggend in een graf door een thriller-producent met filantropisch aanleg.
Ik besluit met de taxi terug te gaan. De taxi-chauffeur neemt mij mee langs Beverly Hills, de stad waar de miljonairs wonen. Huizen zo groot dat je daarin zou verdwalen als je daar in je eentje zou wonen. Huizen zo groot en zo duur en zo mooi, dat moet een afspiegeling van de hemel op aarde zijn. Het enige dat de rijken hier niet doet onderscheiden van de rest van de gemiddelde bevolking is het gedrag van de typische Amerikaanse krantenjongen, want ook die gooit de krant hier gewoon op straat.
Tijdens de State of the Union vertelde president Obama dat de crisis moet worden beholpen door meer werk te creëren en hogere opleidingen voor elke burger toegankelijk te maken. Het wordt wellicht tijd, want hoe meer de crisis vordert, hoe meer daklozen er op straat komen. Het straatbeeld van een gewoon dorp als Venice komt tegenwoordig neer op ongeveer drie daklozen per straat. En hoe wil je een heel dorp crackverslaafden als in Downtown La naar de universiteit brengen? Nog even en de Amerikaanse jumbo-supermarktketens moeten het ook ontgelden.
In de avond ben ik op het strand en ik kijk uit over de zee naar de zonsondergang. In een frisse typische Amerikaanse snackbuitenlucht die hier tot aan het strand over de stad walmt probeer ik nog wat natuur-zeelucht op te vangen. Ik bedenk mij dat ik gedurende de hele dag geen één echte dikke, vette Amerikaanse burger heb gezien. Goed voor je dieet, blijkbaar, zo'n crisis. Sonja Bakker is al niet meer nodig hier.
Ineens krijg ik honger en ik volg de frisse snacklucht op zoek naar een lekkere dikke, vette Amerikaanse hamburger. Onderweg kom ik een quasi-dakloze tegen met wie ik meteen een gesprek heb over Obama. “He is not gonna make it happen”, zegt hij. Hoopvol op een goede smaak neem ik een hap van mijn hamburger en wens alle kleine Johnnys die er mogen zijn in dit land desondanks een welvarende toekomst.